IMDB #249: Dog Day Afternoon

Film

Ik wilde meer schrijven, maar wist niet goed over wat. Ik had een uitdaging nodig. Dus heb ik besloten om alle films uit de IMDB top 250 te bekijken en daar telkens iets over te schrijven. Dit is film #249: Dog Day Afternoon.

De tweede film op mijn IMDB-lijst is Dog Day Afternoon. Na Drishyam opnieuw een relaas van een doodgewone man die door een reeks gebeurtenissen uitgroeit tot een held van Griekse proporties. Een tragische held, dat wel helaas.

Het is 1972, een hondswarme dag in New York. Sonny stapt met twee vrienden een bank binnen met het plan die te beroven. Ze halen hun geweren boven, en wat volgt is een absurd maar waargebeurd verhaal. Alles gaat mis. Een van de overvallers slaat vrijwel meteen in paniek en zet het op een lopen. Bij het leeghalen van de kluis blijkt er weinig voor het rapen te liggen omdat de geldkoeriers net alles hebben opgehaald. De bewaker krijgt een astma-aanval, de loketbediendes weigeren zich te laten opsluiten omdat ze naar het toilet moeten en een in brand gestoken register zorgt er al snel voor dat de politie lucht krijgt van de gijzeling en het gebouw omsingelt.

Scenarist Frank Pierson las een artikel over het onwaarschijnlijke verhaal van John Wojtowicz (de echte Sonny) en zag er meteen een film in. Hij kocht de rechten van Wojtowicz, die op dat moment nog in de gevangenis zat, en bewerkte het tot een lekker geflipt script vol aimabele underdogs. Hij won er (terecht denk ik) een Oscar voor.

Regisseur is Sidney Lumet, niet zomaar de eerste de beste. Hij maakte onder meer het sublieme 12 Angry Men, dat later nog in de IMDB lijst aan bod komt. Net als 12 Angry Men speelt Dog Day Afternoon zich grotendeels in één ruimte af en komt de spanning vooral voort uit de zinderende dialogen. Heel de film lang dacht ik dan ook: dit wil ik in een theater (laten) spelen! Met de bankkantoorruimte op podium en het publiek in de zaal, omringd door politie, met snipers op de balkons en demonstranten en pers die door de zaal heen lopen. Het publiek midden in de actie. Chaos afgewisseld met een hart-strelend verhaal. En veel humor!  

De filmstijl is realistisch – wat ik visueel een beetje saai vind – maar daardoor krijgt het verhaal wel alle aandacht. Goed gezien dus van regisseur Plumet. En zijn keuze om de acteurs volop te laten improviseren, is meesterlijk. Het levert een enorm aanstekelijke energie op. Die scène waarin Pacino buiten de bank “Attica! Attica!” schreeuwt en zo de massa opjut! Je voelt helemaal hoe deze kleine gijzelnemer de massa op zijn hand krijgt. Hoe iedereen verliefd wordt op die anti-held. Of het telefoongesprek tussen Pacino en zijn geliefde. Wonderschoon.  

Dog Day Afternoon is een grappige en vertederende New Yorkse variant op het aloude David vs Goliath thema.  Alleen verliest David hier onvermijdelijk. Of hoe tragisch het kleine leven in de realiteit kan zijn.

IMDB-score: 8.0
Mijn score: 8
Beste scène: het telefoongesprek tussen Sonny en zijn geliefde.
Ook het vermelden waard: deze smokin’ dialogue met John Cazale (die zelf aan longkanker overleed)

Soundtrack: Elton John – Amoreena

Kanal Brussel – Centre Pompidou

Expo

Een tijdje geleden moest ik in het nazomerse, zonnige Brussel zijn voor een kort gesprek over een nieuw project. Het voelde als vakantie. Lekker tweeënhalf uur in de bus – lezen, slapen, lezen, slapen – en na het gesprek een paar uurtjes vrij om van de door mij behoorlijk geliefde hoofdstad te genieten. Ja, als ik drie jaar geleden niet naar Rotterdam was verhuisd, woonde ik nu waarschijnlijk in Brussel.

Ik had niet echt een plan, maar Hanna – met wie ik had afgesproken – raadde mij Kanal Brussel – Centre Pompidou aan, in de oude Citroënfabriek waar ik destijds zo vaak langsheen wandelde richting Kaaitheater of naar vrienden bij Ribaucourt. Het is zo’n plek waar je duizend keer naast kan lopen en nog heb je geen idee hoe het er van binnen uitziet. Een reden te meer om naar Kanal te gaan.

citroenfabriek kanalHet gebouw is immens. Industriële grandeur. Bizar eigenlijk hoe wij hipsters nu houden van dit soort monumentale architectuur van ijzer, glas en beton, terwijl vele arbeiders hier de beste jaren van hun leven hebben gesleten. Zouden zij ook zo houden van dit soort gebouwen? En ernaar terugkeren om de kunst binnenin te ontdekken? Of is de arbeidersklasse volledig vervangen door de culturele elite?

Anyway, ronddwalen door deze oude fabriek is heerlijk. Omhoog, omlaag, door de gigantische hallen en de minuscule kantoortjes. De gekleurde lijnen op de vloer leiden je doorheen het hele gebouw. Langs kunst en design, te veel om in twee schamele uren te aanschouwen. Ik zoom in op wat mij het meest opviel / raakte.

Hanna had mij het werk Children’s Games van Francis Alÿs aangeraden. De dame die mijn kaartje controleerde en heel enthousiast uitleg gaf, deed hetzelfde. Dus volgde ik eerst de blauwe lijn naar boven, naar het werk van Alÿs. De ruimte was gevuld met een twaalftal schermen met niets meer of minder te zien dan spelende kinderen. Elk scherm toont een spel. Blad-steen-schaar, stoelendans, vliegeren, een autoband vooruit laten rollen met een stok. De scènes zijn zowat overal ter wereld opgenomen: in een vluchtelingenkamp, aan de Belgische kust, in India, Latijns-Amerika. Toch lijken de spelen inwisselbaar. Elk spel had overal gespeeld kunnen worden, alsof kinderspelletjes universeel zijn. Dat is een mooie, poëtische gedachte en maakt het werk erg vertederend. Ik werd er een beetje week van, want dacht natuurlijk meteen terug aan vroeger. Verschillende van deze spelletjes heb ik ook gespeeld. Nog steeds denk ik dat er in het leven niets beter is dan spelen. Daarom heb ik er mijn beroep van gemaakt. En zo geef ik lik op stuk aan al die leerkrachten die mij vroeger mijn clownesk gedrag verweten. Ha!

Nog in de tentoonstelling: een aantal films van Chantal Akermans. Altijd leuk om haar (werk) tegen te komen. Heel bijzondere Belgische filmmaakster die eigenlijk wel wat meer aandacht verdient. Alleen zijn volledige speelfilms in een tentoonstelling wel altijd wat raar. Je valt ergens in – begin, midden of slot geen idee – en je kan de film nooit helemaal uitkijken. Ik viel binnen tijdens een scène tussen twee dames in een appartement. De een wil weggaan, maar lijkt onbeslist en blijft uiteindelijk toch omdat ze honger heeft (of is dat een excuus?). De ander maakt prompt boterhammen voor haar. Daarna hebben ze seks. Ik moest vanbinnen grinniken om mijn onverwachte ontmoeting met deze lesbische vrijscène. Zelf kreeg ik het er niet echt warm van, maar ik vond het er wel mooi uitzien. Het zag er erg liefdevol uit. In zwart-wit, op bed – met de hoofden naar het voeteneinde – tegen de achtergrond van een witte muur. Aan de rand een tafeltje met een kom en twee aan de muur opgehangen marionetten. Poppen zijn altijd een beetje eng. Ik heb de scène niet helemaal uitgekeken, het duurde allemaal erg lang, maar was blij om nog eens even met Chantal Akerman in contact te zijn geweest.

Een andere her-ontmoeting vond in de vroegere kleedkamers van de fabriek plaats, in de vorm van het werk van Younes Baba Ali. Ik mocht hem ooit interviewen voor DM City Magazine (de opvolger van de Zone-magazines) en herinner me vaag dat dat een boeiend en aangenaam gesprek was. Het werk Untitled maakte Baba Ali specifiek voor deze locatie. Hij heeft motortjes in de oude lockers geplaatst, waardoor ze open en dicht gaan. Dat levert een kakofonisch klankenspel op, een compositie van piepende deurtjes. Prachtig, omdat het enerzijds een abstract auditief hoorspel oplevert, maar ook doet denken aan de sociale context van het kunstwerk: aan al die honderden arbeiders die dag in dag uit deze deurtjes open en dicht deden. Deur open aan het werk, deur dicht naar huis, deur open aan het werk, deur dicht naar huis. Wat mag ik van geluk spreken dat voor mij een ander leven bestemd was.

Banana-lamps_Studio-Job_dezeen_468_2Verder wandelend merkte ik dat mijn concentratie een beetje op was. Niet erg, want daardoor dwaalde ik in dromerige gedachten verzonken door de rest van de tentoonstelling. Er was nog een mooi videowerk, helemaal verstopt op een plek waar ik dacht dat niets te zien was, maar waar ik even wat oude rekken van dichtbij wilde bekijken. Ontdekte ik toch een werk: een video van een Limburgse kunstenares uit Bree met Marokkaanse roots. Haar naam ben ik helaas vergeten, had ik hem maar opgeschreven, want ik vind hem niet terug op de website. In het werk zien we videobeelden van haar als klein meisje met tekstfragmenten er over heen. “Als je hier niet tevreden bent, ga dan terug naar Marokko” en andere zinsneden die zij wellicht al vaker te horen kreeg. Het persoonlijke van het werk raakte mij, zeker in de kleine, haast verscholen opstelling. 

In de design-tentoonstelling zag ik nog een leuke lamp: de Banana Lamp van Studio Job. In de vorm van een banaan, met gouden schil. Hij deed mij denken aan mijn vroegere collega Robert Schell die hem waarschijnlijk heel leuk zou vinden. Lekker kitsch. En te koop bij bol.com, voor € 171,75. Iemand die me nog een laat verjaardagscadeau wil geven?

Daarna zat mijn hoofd echt vol. Ik kocht een rabarber limonade in de hippe food market in het museum en nestelde me in een van de strandstoelen naast het kanaal. Aan de overkant keek ik uit op een groot en heel mooi graffiti werk. Voldaan. Meer dan voldaan. Kanal Brussel is zeker uw bezoek waard.

IMDB #250: Drishyam

Film

Film kijken is goed.

Laatst zag ik de film Julie & Julia op Netflix, over een 30-something schrijfster die niet goed weet wat ze met haar leven aanmoet en zichzelf daarom uitdaagt een blog te beginnen waarin ze alle recepten uit het kookboek van TV-kok Julia Child op een jaar tijd uitprobeert. Dat zijn heel veel recepten, alsof je het volledige kookboek van de boerinnenbond klaar zou maken. De film inspireerde mij. Ik wil al langer meer schrijven, ter ontspanning, maar wist niet goed waarover. Nu weet ik het: film.

Maar ik heb een uitdaging nodig. Nu zit ik vaak op IMDB, de Internet Movie Database, een lijst van alle films die bestaan, wie er in meedoet, welke prijzen ze hebben gewonnen en – allerbelangrijkst – trivia over de film. En je kan elke film die je ziet sterren geven, op basis waarvan IMDB dan weer een gemiddelde berekent. Krijgt een film gemiddeld 8.5 sterren, dan weet je dat het waarschijnlijk een goede is. Al kan het alsnog tegenslaan.

Ik ontdekte deze week dat IMDB een top 250 heeft. Op basis van de user ratings. Een erg leuke lijst, zo blijkt. Films van over de hele wereld, nieuw en oud, van Disney tot experiment. Een aantal films heb ik al gezien, sommige heel lang geleden, en wil ik graag nog eens terug zien. Andere zijn een totaal nieuwe ontdekking. Dus dat ga ik doen: de hele top 250 bekijken en over elke film iets schrijven. In een jaar tijd? Wel, deadline mijn verjaardag volgend jaar (7 oktober 2019). Maar no pressure, het moet ontspanning blijven 🙂

De laatste plaatsen van de lijst durven nogal verschillen van dag tot dag. IMDB is een levende database. Toen ik gisteren keek, was de Indiase film Drishyam nummer 250. Bleek op Netflix te staan, handig. Ik keek hem, zonder er ook maar iets over te weten, en was heel erg aangenaam verrast.

Drishyam is een Bollywood-remake van een gelijknamige Indiase film uit 2013. De originele versie is in het Malayalam en krijgt een score van 8.8 op IMDB. De Hindi-versie krijgt 8.3, en toch staat alleen deze versie in de top 250. Die top klopt dus niet. Geen idee welke parameters achter de schermen aan het werk zijn, maar los daarvan blijft het een leuke lijst.

In Drishyam wordt niet gezongen, het is een thriller. Echt spannend. De titel betekent zoiets als visuals, beelden. De film opent met de quote “visuals can be deceptive” en even later volgt “appearance can be deceiving” op het scherm. Kortom, de buitenkant, dat wat je ziet, is niet altijd de waarheid.

De film duurt meer dan tweeënhalf uur. Dat is niet erg. Het is als bij een goed boek: hoe dikker hoe langer je er in kan verblijven – als het een goed boek is. Dat gevoel had ik ook bij Drishyam, laat het maar lekker lang doorgaan. Desondanks kan je de eerste helft skippen, als je weinig tijd hebt. Toen mijn vriendje een uur na de start van de film langskwam, vatte ik in twee zinnen samen wat tot dan toe was gebeurd, waarna hij moeiteloos kon meekijken en al snel net als ik helemaal werd opgezogen door de spanning.

Tweeënhalf uur kort samengevat: de film gaat over het gezin van Vijay, een doodgewone man die een TV-winkel openhoudt. Al doet zijn jonge assistent Jose het meeste werk, want Vijay zelf kijkt vooral naar films. En dat levert hem voordeel op, zo blijkt later.

Op een avond wordt de dochter van Vijay belaagd door een jongen die haar chanteert met stiekem opgenomen naaktbeelden van haar. Maar zij laat zich niet doen. Ze slaat hem tegen het hoofd met een metalen buis. Dood. Om zijn gezin te redden, besluit Vijay hem te begraven in de tuin. En geïnspireerd door de films die hij heeft gezien, werkt hij een plan uit om zijn gezin aan een alibi te helpen.

Het plan van Vijay is ingenieus, maar dat is buiten de politie-inspecteur gerekend. Een harde tante. Ja, een vrouw. Gespeeld door Tabu, een van India’s topactrices. In haar eerste scène laat ze twee mannen martelen, geeft het bevel hen met een steen rond hun nek in een rivier te gooien en loopt daarna in slow motion, Tarantino style, de kamer uit. Wauw. Maar: what you see isn’t always what you get. Even later blijkt zij de bezorgde moeder van de vermoorde jongen. De personages in deze film zijn niet eenzijdig, maar driedimensionaal. Dat maakt niet noodzakelijk de plot geloofwaardiger, maar wel hun beweegredenen. Je voelt met hen mee, begrijpt hun reacties en dat maakt de film des te spannender. 

Oh man en spannend is het! De politie zoekt de (dode) zoon en komt bij Vijay uit. Het wordt een kat-en-muisspel. Vijays alibi lijkt te kloppen, maar het klopt te goed. Dat maakt hem verdacht, waarop de politie nog dieper graaft. Zijn verhaal valt langzaam uit elkaar. En enerzijds wil je niet dat hij door de mand valt, want hij is de held van het verhaal. Maar anderszijds is het ook zielig voor de politie-inspecteur als zij niet te weten komt wat er met haar zoon is gebeurd. De spanning is werkelijk te snijden. Deze film is voortreffelijk in elkaar gezet.

Drishyam is een echte nagelbijter, die je door je medeleven met de personages helemaal in zich opzuigt. Tweeënhalf uur fijn vertoeven. Een aangename verrassing en terecht aanwezig in de top 250. Laat de andere 249 maar komen.

Drishyam
IMDB-score: 8.3
Mijn score: 9
Beste scène: 
de opgraving in de tuin – vinden ze het lichaam van de zoon of is dit de zoveelste slimme zet van Vijay?
Soundtrack:
Carbon Copy van Ash King – lekker zomers, wanneer alles nog peis en vree is